Ruzie in relatie: zo pak je het goed aan!

‘Ik zet áltijd de vuilnis buiten en doe wel drie keer per dag de afwas. Jij ruimt nóóit zelf je spullen op!’ Misschien hoor je het jezelf weleens snauwen tegen je partner. Betrapt! Woorden als ‘altijd’ en ‘nooit’ gebruiken in ruzies is eigenlijk niet verstandig. Want wat je vast óók wel herkent, is dat je partner na jouw klaagrelaas meteen in de aanval schiet en al jóúw minpunten gaat opnoemen. ‘Ik moet anders altijd de wasmachine drie keer op een dag inladen én jij laat al je vuile kleren achter je aan laat slingeren!’

Ruzie in relatie

Eigenlijk weet je niet wat je irritanter vindt: dat je ’s ochtends in je mantelpakje en op je hakken met een zware vuilniszak moet sjouwen, of dat je partner jóú nu met een wijzende vinger terechtwijst. Maar zeg nou zelf: zit er eigenlijk iets anders op voor je geliefde dan om in de aanval te gaan? Het doet pijn als iemand je vertelt hoe ‘stom’ je de dingen aanpakt, ook al gaat het om futiele zaken als een huishoudelijke ergernis. Omgekeerd zou jij waarschijnlijk ook met munitie komen als jouw partner jou vanuit het niets bestormt met zijn of haar irritatie over jouw inefficiëntie met betrekking tot het inruimen van de vaatwasser. En de aanval is de beste verdediging. Toch?

Kritiek

Behalve het gebruiken van de woorden ‘altijd’ en ‘nooit’ is er nóg zo’n veelvoorkomende manier van ruziemaken die niet constructief is: het chronisch leveren van kritiek. De ander krijgt dan zoveel commentaar dat het idee ontstaat dat hij of zij gewoon helemaal niks goed kan doen. De kritieklawine begint al bij het opstaan. ‘Maar jij zou toch de koffie bijkopen? Kun je dan ook helemaal niks onthouden?’ Ook bij het thuiskomen na een drukke werkdag is het feest. ‘Waarom heb je de auto nou weer zo scheef ingeparkeerd? Zó lang is het toch nog niet geleden dat je die rijlessen hebt gehad?’ De partij die de kritiek over zich heen krijgt, kan zich onzeker en klein gaan voelen. Vooral mannen sluiten zich af vaak af na kritiek, en doen steeds minder. ‘Ik doe het toch niet goed, dus ik doe maar niks’, is een vaak gehoord excuus bij kritiek. Het voelt net alsof hij of zij niet gerespecteerd wordt en er op hem of haar wordt neergekeken. Afhankelijk van zijn of haar persoonlijke stijl kropt hij of zij alles op, om op een gegeven moment compleet te flippen, of wordt er meteen in de aanval gegaan.

Herken je het?

Waarschijnlijk is de situatie bij jullie niet zo zwart-wit als in het voorbeeld, maar wel (deels) herkenbaar. Grote kans dat jullie de rol van aanvaller en verdediger regelmatig afwisselen, en elkaar om beurten in de haren vliegen over dingen als de volle vuilniszak of de rechtopstaande toiletbril. Maar interessanter is het om stil te staan bij waar die ruzietjes en die kritieklawines nou vandaan komen. Immers: het is niet héél logisch dat het dopje van de tandpasta dat ergens op de badkamervloer rondslingert, een hele relatiecrisis weet te ontketenen.

Leave A Reply

Your email address will not be published.